Oude koeien uit de sloot halen is niet zo zinnig

Zelfs niet als het zinnige oude koeien zijn. Internetberichten kunnen een lang eigen leven leiden en steeds weer opnieuw een hoop aandacht krijgen. Op het moment doet een artikel van Barbara van Erp uit 2012 de ronde weer. Zij had een slechte ervaring met borstvoedingsbegeleiding, en haar artikel is weer eens afgestoft en als nieuw gepresenteerd. Als dat artikel nog steeds actueel is, is mijn reactie van toen daarop mogelijk ook nog actueel:

2012 Het is niet goed of het deugt niet…

Intensieve zorg voor borstvoeding in de eerste dagen na de geboorte: winst of maffia? Het artikel van Van Erp deed weer veel stof opwaaien. Hulpfles taboe op kraamafdeling. Een verhaal van ervaren dwang, van buiten opgelegde keuzes en moeder- en kindonvriendelijk beleid.
En aan de andere kant zijn er de even gedetailleerde ervaringen van moeders die onvoldoende hulp kregen om goed te starten met borstvoeding en die in de weken erna vastliepen. Die hun kind minder borstvoeding konden geven dan ze wilden door onvoldoende hulp en stimulans.
Aan beide kanten wordt vrouwen te kort gedaan.
Maar hoe zit het dan met borstvoeding, waarom moet het zo nodig zoveel aandacht krijgen in die eerste dagen na de geboorte. Je hebt dan als moeder al zoveel aan je lijf, net bevallen, alles nieuw. En dan ‘moet’ je ook nog voeden, en nachtvoedingen geven. Dat kan toch best even wachten, we hebben hier toch goede kunstvoeding en schoon drinkwater ?
Lang werd dat ook geboden aan moeders en kinderen. Baby’s konden rustig 3 dagen zonder voeding, dacht men. En daarna kon je rustig nog een aantal dagen wachten om borstvoeding op gang te laten komen. Het gevolg was dat veel moeders in de weken daarna te weinig melk hadden. En verdrietig eerder stopten met voeden dan ze wilden. En dan gezond was voor hun baby. We zagen ook dat veel baby’s niet aan de borst dronken na de fles.
In de biologische afstemming tussen moeder en kind zijn de eerste dagen na de geboorte essentieel voor het goed op gang komen van melkproductie en de afstemming tussen moeder en kind.
En zeker bij een baby die te vroeg komt is het belang van moedermelk groot, en de kans op achterblijven van melkproductie ook.
En zoiets geldt ook voor drinktechniek. Zuigverwarring of gewoonte, daar is het laatste woord nog niet over gezegd, maar na de fles in de eerste dagen zie je nu eenmaal minder lang en minder exclusief borstvoeding.
Voor alle zorgverleners die betrokken zijn bij de zorg rondom de geboorte is dit een herkenbaar dilemma:
Enerzijds willen en moeten we moeders stimuleren om borstvoeding in de eerste week hoog op de agenda te zetten om op termijn kans van slagen te hebben. Ongeacht of dat nu ‘moet’ van Unicef, als we het niet doen laten we moeders en kinderen in de kou staan in de weken erna.
Anderzijds zijn pasbevallen vrouwen, zéker bij een vroeggeboorte, snel overbelast. We laten moeders en kinderen in de kou staan als we de stress rond voedingen zo hoog op laten lopen dat de zo belangrijke kennismaking en het genieten in het gedrang komen. En daarbij vinden niet alle ouders borstvoeding even belangrijk.
Ongeacht wat er in een protocol staat moet met beide aspecten rekening mee gehouden worden. Geen simpele opgave. Zeker niet omdat rond borstvoeding de emoties snel hoog oplopen, het zit ons vrouwen letterlijk dicht op de huid.
Kennis en communicatie zijn twee belangrijke middelen om hier een weg in te vinden.
Meer kennis over borstvoedingsbegeleiding bij zorgverleners maakt dat ze meer mogelijkheden tot hun beschikking krijgen. En dus beter in kunnen spelen op de individuele omstandigheden van ouders en kinderen.
Meer kennis bij ouders over borstvoeding geeft hen meer grip op wat er gebeurt. Voorlichting in de zwangerschap, en bij een vroeggeboorte even rustig aan het bed, kan veel stress voorkomen.
En communicatie is het toverwoord. Niet makkelijk in een ziekenhuis. De verpleegkundigen en artsen hebben een enorme werkdruk. De ouders zijn moe en vaak overvallen door de gang van zaken. Dan toch even regelmatig een moment zoeken om samen te zitten en te praten is cruciaal.
Gelukkig zijn er meer wegen die naar Rome leiden, ook op het gebied van borstvoeding. Met toenemende kennis over borstvoeding kunnen we ouders meer zorg op maat bieden. Zodat alle ouders en baby’s de start krijgen die we ze zo gunnen.

Dat alles neemt niet weg dat mevrouw van Erp een rotervaring had. Hier kunnen alle betrokkenen een les uit leren. Niet dat borstvoedingsbegeleiding niet deugt, wel dat de communicatie en afstemming essentieel zijn en blijven.

 

Algemeen Permalink

Laat een reactie achter

Je emailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *